de Grote Markt en het sportpark van Veurne

markt-van-veurne-klein.jpg

Dit is de Grote Markt van Veurne, het stadje waar ik opgegroeid en ook een beetje opgevoed ben. Veurne is naast z’n wereldbefaamde Boeteprocessie en de ter ziele gegane suikerfabriek ook wel bekend om z’n adembenemend mooie markt. Adembenomen zijn trouwens meer en meer Veurnenaars (zo heten Veurnaars in Veurne) want de bevolking is kampioen als het erop aan komt zo snel mogelijk te vergrijzen. Ik heb ook mijn duit in het dementeerzakje gedaan want ik ben bij het ontdekken van mijn eerste plukje grijs haar de stad ontvlucht.

Als je aan sporten toe bent in Veurne dien je je te begeven naar het ‘Will Tura Sportpark’. Ik ben nu ook wel goed gek bij momenten, maar zó gek kan ik het toch eigenlijk ook niet bedenken. Met een aan complete absurditeit grenzende geniale knotsgekheid is er ooit beslist om het plaatselijke sportpark de naam te geven van deze charmezanger, zonder dan nog te wachten tot die het loodje er bij neergelegd heeft of z’n rookattribuut aan Maarten heeft gegeven.

Als het dan toch een zanger-ereburger moet zijn, dan lag wat mij betreft de keuze voor de hand, want dan hadden we het ’Willem Vermandere Sportpark’. In tegenstelling tot de zeldzame keren dat de heer Arthur Blanckaert (Will Tura’s echte naam) zich verlaagd om met een zekere smetvrees en met een volledig weggebrusseld dialect de weidse polders van Veurne te betreden is het zo dat Willem Vermandere de verpersoonlijking is van de Westhoek. Luister naar z’n liedjes en je hoort de Westhoek. Die man is één brok klei en hij zou het nog graag lezen ook dat ik hem zo omschrijf. En sportief is hij zeker al evenmin als Will Tura, mocht dat ooit al bovengedreven zijn als argument.

Maar als je dan in het stadsverleden een burger terugvindt die Karel Cogge heet en die in de eerste wereldoorlog ons tot een streepje westhoek herleid Belgenlandje tegen de ‘Duitsche’ opmars beschermd heeft door de geniale onderwaterzetting van de polders, hoe lang moet je dan nadenken om een deftige naam te vinden voor je sportpark?

Maar wat niet is kan nog komen. Hooooooooop doet leven….

Gepubliceerd in: on dinsdag 2 oktober 2007 at 2300000006 Laat een reactie achter

Open Monumentendag

Gisteren was ik in heimat Veurne. Mijn schoonouders wonen pal in het historische centrum en dus lag het voor de hand eens binnen te springen in een paar min of meer historische gebouwen. Het klooster in de Zwarte Nonnenstraat bijvoorbeeld van inderdaad… de zwarte nonnen. Aan nonnensoorten geen gebrek alleszins in het historische Veurne: zwarte, blauwe, witte, bruine,… In 2005 zijn de laatste zwarte zusters uit het klooster vertrokken, maar toch hangt er nog steeds een typische geur. De geur van vroomheid en verveling. Vrome verveling of vervelende vroomheid, daar ben ik nog niet uit.

Maar naast die geur herbergt het klooster ook heel wat geschiedenis. Die merk je niet onmiddellijk als je rondloopt in de lege zaaltjes, maar toevallig was er ook een gids die je dan loodst naar dat kleine belangrijke glasraampje en vertelt over het historish waardevolle schilderij dat er ooit hing wijzend naar een paar stevige haken in een kale muur. Dat vind ik altijd het mooiste: een kale muur waar eenieder aan voorbijloopt wordt een object waar een heel gezelschap gebiologeerd staat naar te staren luisterend naar het verhaal dat erachter schuilt.

Ik had het niet anders verwacht: daar ontdekte ik mijn pa tussen het gezelschap. Altijd wel in voor een paar historische weetjes die hij aan z’n eigen gidsbeurt kan toevoegen. Helemaal vooraan bij de gids want hij heeft zo’n dingetje waarmee je geluid kan opnemen, zo ontgaat hem geen woord!

Daarna heb ik met mijn schoonouders en mijn zwangere en moedige vrouw de Sint-Niklaastoren beklommen en werden we beloond met een mooi levend schilderijtje van de platte polders rond Veurne met alleen kertorens als ‘bergen’. En de woorden van Jacques Brel zijn dan nooit veraf: ’Le plat pays qui est le mien’.

Gepubliceerd in: on maandag 10 september 2007 at 800000048 Laat een reactie achter