Wereldrecords sneuvelen bij bosjes tijdens de olympische spelen te Peking. In de ‘watercube’ rijgt de Amerikaan Michael Phelps de overwinningen aan elkaar en mag zich ondertussen de grootste Olympiër ooit noemen. Het is me wat. Wat een sensatie. Kom dat zien, kom dat zien!
In het ’vogelnest’ staan de atleten klaar om de finale op de 100 meter te lopen. En ik zet mijn dochter voor de tv om getuige te zijn van dit koninginnenummer. (Lap nu was het eens over de Olympische Spelen en daar komt ie toch wel weer met z’n dochter op de proppen hoor ik u denken).
Maar ze lijkt niet onder de indruk en kruipt helemaal naar de badkamer waar ze gebiologeerd naar de wasmachine gaat zitten kijken. Die draaiende trommel, dat geluid. Die plotse versnellingen, het gedaver wanneer het toerental van de wasmachine z’n eigenfrequentie passeert. De schuimophoping aan het raampje. Het pompende geluid van water. Even gebeurt er niets. En dan weer draaien. Iets rood draait mee. Wat zou dat zijn? En dan gaat het weer trager. Hevig geklots. Schuim. Het rode ding ligt stil.
En op de achtergrond ergens ver weg in China heeft een zekere Bolt de 100 m gewonnen, met een fenominaal wereldrecord. Dju gemist. Ik was met mijn dochter naar de wasmachine aan het kijken…






