‘Ik wil niet slapen papa!’, zo klinkt het waarschijnlijk wel in meerdere gezinnen. Het statement van mijn lieve dochter bij valavond. 3,5 jaar oud en steevast besloten zich aan haar woord te houden. Maar wanneer het zandmannetje stevig met z’n slaapzand begint te strooien in de ogen van de zichzelf verklaarde wakkere bakker, dan weet iedereen dat het alleen nog een kwestie van tijd is… vooraleer de slaap toeslaat.
‘Nu ben je toch al heel moe hoor, meisje. Gaan we nu slapen?’, een niet geheel uit de lucht gegrepen vraag bij kindjes die zich al een kwartier in de oogjes wrijven. Ik zie een kleine twijfel in haar ogen om toch misschien overstag te gaan, maar dan herstelt ze zich vlug: ‘Nee papa. Ik heb gezegd dat ik niet wil slapen’. Een woord is immers een woord. Zo jong en al zo consequent. Zichtbaar lijdend onder de rechtlijnigheid inzake haar slaapbeleid, maakt ze met een zucht plannen voor de nacht: ‘Ik moet nog een tekening maken, papa’. Papa zucht ook .
‘Maar eerst, papa, ga ik een beetje rusten in mijn bedje’. En ze houdt haar hoofdje schuin en haar handjes gesticuleren alsof ze het voor de vijde keer moet uitleggen. ‘Niet slapen papa, alleen een beetje rusten’, declareert ze, zichtbaar tevreden over haar compromis tussen woordbreuk en moeheid.
Dit laat ik me geen tweemaal zeggen en met spoed maak ik alles klaar voor de nacht en enkele routineuze minuten later ligt mijn dochter onder de lakens. Het licht gaat toe en in dezelfde routine klinkt het uit mijn mond: ‘Slaapwel, tot morgen’. ‘Nee!, Papa. Niet slaapwel. Welterusten!’, en toen rustte ze een beetje tot de volgende morgen…