Terwijl ik naar mijn werk fiets, fiets ik soms anderen voorbij. Maar andere anderen steken ook wel eens mij voorbij. Kort door de bocht gezegd behoren oudere dames bij de eerste groep en allerhande wielertoeristen tot de tweede groep.
Meestal toch, want de laatste tijd wordt ik regelmatig gezwind voorbij gestoken door een notoir lid van de eerste groep. Nu ja die oudjes kunnen of en toe kras uit de hoek komen en misschien zijn sommige oudjes in een vorig leven wel wielerkampioen geweest is. Of die hebben nu eenmaal heel veel tijd om te trainen. Allemaal troostende gedachten die door mijn hoofd puffen wanneer de bewuste persoon van derde leeftijd van het – excuses le mot – zwakke geslacht me met een aan arrogantie grenzende soepelheid voorbijtrapt.
Maar vandaag maakte ze het toch een beetje te grof, het stormde zowat en het fietsen werd herleid tot zwoegen. Meer achteruit dan vooruit bewoog ik me langzaam langs lange rijen bomen die toch ook niet geheel stoïcijns blijken bij zoveel luchtdrukgeweld.
Plots gebeurde het opnieuw: de dame zoefde me voorbij. Schijnbaar zonder enige moeite, alsof de wind geen impact had. Maar net enkele nanoseconden voordat ik besliste om moedeloos het hoofd definitief te laten hangen zag ik het! Ter hoogte van het bagagerekje zag ik het plots blinken… een batterij! We hadden hier te maken met een elektrische fiets, bijna niet te onderscheiden van een gewone fiets! Op slag voelde ik me stukken beter…