Het cliché is door een groepje wielerdames dit weekend nogmaals bevestigd. Op een steenworp van het Spaarbekken te Nieuwpoort vroegen een handvol kakelende vriendinnen van middelbare leeftijd zich af waar ze zich in godsnaam bevonden. Gelukkig kwam ik met mijn pa juist aangefietst om ons licht te laten schijnen op het mysterie van de verdwenen nummertjes. Eventjes waande ik me in de film ‘Chicken Run’. De vraag waar ze heen moesten werd beantwoord met een salvo van onsamenhangend gekwetter, gevolgd door taterend ongebrip over hun kaart.
Na het informerende hand-en voetwerk van ons tweeën hadden ze dan toch een consensus bereikt over het verdere verloop van het traject en een standpunt ingenomen over de huidige locatie. Met alleen het geluid van de polderwind en het zacht tikkend geruis van onze fietsen vervolgden wij onze weg langs de Ijzer.
Ik zal mijn steeds minder atletisch ogende lichaam dringend ook nog eens op mijn fiets moeten smijten. Op een zatte avond met Bert Gheeraert denk ik dat ik hij me heeft laten zeggen dat ik de volledige ronde van Vlaanderen zou fietsen.
Ik hoop er vanonder te muizen in de veronderstelling dat dit uit zijn geheugen verdwenen is, maar aangezien jij toch ook minstens de 140km zal willen doen zal ik vanaf februari toch wekelijks op mijn fiets kruipen, in het Brugse ommeland.